De zorg van de arts VG mag niet eindigen bij een landsgrens

De zorg van de arts VG mag niet eindigen bij een landsgrens

Ilse Zaal, arts voor verstandelijk gehandicapten en kaderarts palliatieve zorg in opleiding, is afgereist naar het het Hongaarse dorp Beregsurány. Als vrijwilliger biedt zij daar voor tien dagen eerstelijnszorg aan vluchtelingen. Ze verblijft in een tijdelijke hulppost, die staat op zo’n anderhalve kilometer van de Oekraïnse grens. Haar reis is een avontuur, bijzonder en ook spannend. Want wat treft Ilse aan? Hoe kan zij van betekenis zijn? Ilse geeft driemaal een persoonlijk inkijkje in haar dagboek. Lees hier haar laatste verhaal.

“De vorige keer schreef ik over mijn bezoek aan Fülpösdarócz, waar twee kinderen wonen met een progressieve stofwisselingziekte. Ze hadden geen beschikking over een voorzetkamer voor de puffers die ze gebruiken. Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad, maar inmiddels hebben zij een voorzetkamer. De critici onder ons zullen zeggen: het is een druppel op een gloeiende plaat, en misschien zelfs dat niet eens. Ik kan ze geen ongelijk geven, maar zolang deze kinderen ermee geholpen zijn - en daar ben ik van overtuigd - dan is dat hetgeen waar ik het voor heb gedaan.

.   

De afgelopen dagen bezocht ik samen met een medewerker van de VN hier in de regio meerdere plekken waar vluchtelingen worden opgevangen. Het zijn mensen die te arm, oud, gehandicapt zijn of te veel psychische problemen hebben om verder te kunnen reizen. Ze hebben vaak geen of nauwelijks onderwijs gehad. En doen hier, in hoge temperaturen, zwaar seizoenswerk.
 
En zo kwam ik terecht in Szamossályi, waar in een gymzaal van een school een grote groep vluchtelingen al twee maanden bivakkeerde. Er waren zorgen om een jongetje van twee jaar oud met een afwijking aan één van zijn ogen. Hij sprak nog niet, ondanks zijn twee jaar. Mede daarom waren er zorgen over de ontwikkeling van het kind. En na een korte observatie moest ik concluderen dat deze zorgen op z’n plaats waren. Alleen… wat nu? In Nederland had ik het kind verwezen voor ontwikkelingsonderzoek. Had ik een logopedie in consult gevraagd wegens de spraakachterstand. Een psycholoog het afwijkende gedrag in kaart laten brengen.  En natuurlijk was hij dan verwezen naar de oogarts. Maar ik ben nu niet in Nederland. En daarom besloot ik te beginnen met datgene wat het meest urgent was: de oogarts. Ik besprak mijn zorgen met de begeleider van de VN en gaf aan dat het kind snel verwezen moest gaan worden. Hij gaf aan heel blij te zijn met dit advies, want hij vermoedde zelf ook al heel lang dat dat nodig was. Mijn (dokters)advies was in tegenstelling tot zijn idee zwaarwegend, en hij had er vertrouwen in dat het nu ook op afzienbare termijn zou gaan lukken. En precies dat maakt dit werk zo zinvol! Dit kan het verschil maken tussen een leven met goede ogen of een leven met slechtziendheid.    

De gymzaal als opvanglocatie

En zo eindigde mijn verblijf in Hongarije. Mijn betrokkenheid bij de vluchtelingen hier, en dan met name diegene met een verstandelijke beperking, zal niet eindigen. Want ik ben ervan overtuigd dat de zorg van de arts VG niet mag eindigen bij een landsgrens, maar juist heel hard nodig is in gebieden zoals dit. Want als één ding mij nog duidelijker is geworden deze week: mensen met een verstandelijke beperking zijn altijd al kwetsbaar, maar een oorlog maakt dat nog vele malen erger.