‘Het wordt nooit meer zoals het was’. Uitkomsten NIK vragenlijst.

‘Het wordt nooit meer zoals het was’. Uitkomsten NIK vragenlijst.

 

Om meer zicht te krijgen op wat zorgprofessionals bezighoudt in deze tijden van corona, zowel op persoonlijk vlak als op werkvlak, hebben de netwerkcoördinatoren van de Netwerken Integrale Kindzorg (NIK) begin mei een vragenlijst uitgezet. Hier hebben 71 zorgprofessionals op gereageerd. In dit artikel delen wij de uitkomsten.


Twee derde van de professionals binnen de Netwerken Integrale Kindzorg maakt zich (grote) zorgen over de kinderen en de gezinnen waar ze bij werken. Veel professionals signaleren dat deze gezinnen het momenteel enorm zwaar hebben, maar geen hulpverlening durven te vragen. Dit omdat ouders zich veel zorgen maken over (het gebrek aan) informatie rondom corona en de mogelijke besmettingsgevaren voor henzelf en voor hun kind(eren). Werken op 1,5 meter afstand van een kind en/of een ouder is in veel gevallen onmogelijk. Specifieke onderwerpen van zorg zijn bijvoorbeeld rouw- en verliesverwerking bij ouders en broers en zussen. Dit omdat afscheid nemen nu niet kan op de manier waarop het gezin dit graag wil. Daarnaast zijn er zorgen rondom ziekenhuisopnames. In de meeste gevallen mag nu maar één ouder aanwezig zijn. Bij vervoer met een ambulance mag er zelfs geen ouder meer mee, tenzij het ambulancepersoneel dit toelaat. Iets wat voor gezinnen met een zorgintensief kind een grote bron van stress is. Bovendien voorzien zorgprofessionals problemen op de langere termijn – mogelijk huiselijk geweld en opbouwende spanning en angst. Ouders melden zich minder snel en lijken zich terug te trekken in hun eigen omgeving.

 

Om te kijken of het beeld dat de zorgprofessionals hebben dat ouders zich meer zorgen maken daadwerkelijk klopt, hebben we dit vergeleken met de flitspeiling die Stichting Kind en Ziekenhuis onlangs heeft gehouden. Hierop hebben ruim 750 ouders gereageerd. Deze peiling laat zien dat veel van de ondervraagden zich meer zorgen maken over de gezondheid van hun kind door het coronavirus. 17% maakt zich veel meer zorgen dan normaal, 24% maakt zich aanzienlijk meer zorgen, 42% maakt zich enigszins meer zorgen en 17% maakt zich niet meer zorgen dan normaal. 74% past iets aan in de dagelijkse routine van het kind vanwege deze zorgen.

 

Drukker dan normaal versus rustiger dan normaal
Bij zorgprofessionals zien we aan de ene kant een groep die het juist (veel) drukker heeft dan normaal, vooral geestelijk verzorgers en rouw-verliesbegeleiders, en aan de andere kant een groep die het nu juist veel rustiger heeft. Dat laatste komt bijvoorbeeld omdat het merendeel van de professionals, die anders wel bij gezinnen thuiskomen, aangeeft nu niet toegelaten te worden. Dat kan zijn omdat gezinnen angstig zijn voor besmetting, omdat ouders thuiswerken en de zorg ook op zich nemen, ouders zelf tot de kwetsbare doelgroep behoren, of zorgorganisaties hebben bepaald dat hun medewerkers niet naar gezinnen thuis mogen. Een minderheid van de professionals gaf in de vragenlijst aan voor zichzelf te hebben besloten niet naar gezinnen toe te gaan, om het risico op besmetting te voorkomen. Door deze enorme terugloop in werk zijn er ook zorgverleners die zich zorgen maken over de toekomst van hun zorgorganisatie en/of over hun inkomsten.

 

Persoonlijke beschermingsmiddelen
De professionals die niet bij de gezinnen thuis hoeven te komen gaven aan dat ze voldoende voorzien zijn van beschermingsmiddelen. Voor professionals die in direct contact komen met gezinnen ligt dit anders. Daarvan zegt ongeveer de helft dat zij materiaal nodig hebben. Tevens verschillen richtlijnen over het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen per organisatie, wat verwarring schept. Gezinnen hebben wel steeds vaker desinfectiemiddelen in huis.

 

Wat zijn de grootste uitdagingen voor zorgprofessionals op dit moment?
• Mentaal en fysiek gezond blijven / voldoende rust nemen
• Aansluiting blijven houden met de desbetreffende gezinnen en collega’s.
• Balans tussen werk en privé. Door thuiswerken is die scheiding lastiger.
• Om alle mensen aan het werk te houden wordt er veel geschoven met medewerkers.
• Dat het weinige werk dat er is wordt verdeeld onder collega’s en het dus onzekere tijden zijn.
• Multidisciplinaire zorg naar behoren uitvoeren.
• Zorgen dat de reguliere zorg op gang komt en dat ouders toch naar het ziekenhuis komen mocht dat echt nodig zijn. Nu blijft diagnostiek soms achter omdat onderzoeken uitgesteld worden.

  • Ook ouders van een ernstig ziek kind maken zich hier zorgen over, zo blijkt uit de flitspeiling van Stichting Kind en Ziekenhuis. 47% van de bevraagde gezinnen geven aan te maken te hebben met het uitstellen van afspraken in het ziekenhuis. In 69% van de gevallen heeft het ziekenhuis niets gezegd over de mogelijke gevolgen van het uitstellen van de afspraak.

• Kinderen moeten vertellen dat zij niet naar hun ouders mogen en dat hun ouders ook niet bij hen langs mogen komen. Dit zorgt voor veel vragen, verdriet en soms voor meer agressie.
• Om te moeten werken met een andere doelgroep terwijl bekend is dat het met de kinderen van de eigen groep niet zo lekker gaat. Soms gaat het thuis niet goed, of kinderen zijn opgenomen in het ziekenhuis.
• De kinderen ook les te moeten geven.
• Digitaal overleg kan uitkomst bieden, maar ook uitdagingen geven. Soms moet iets echt door een arts bekeken worden op korte termijn, bijvoorbeeld.

 

Er gebeuren nog volop mooie dingen!
Ondanks (of misschien wel dankzij) alle zorgen en uitdagingen gebeuren er ook bijzonder mooie dingen en zien we mooie ontwikkelingen. Zo zijn er nauwe(re) banden ontstaan met kinderen en gezinnen. Kleinere contactmomenten worden beleefd als dichter bij elkaar komen. Er is veel bereidheid tot saamhorigheid en creatieve oplossingen. Out of the box denken.
Er wordt online veel bereikt en professionals beleven een “zoektocht” naar de mogelijkheden om toch in contact te blijven met gezinnen en met elkaar. Uit de flitspeiling van Kind & Ziekenhuis komt naar voren dat 74% van de ouders de alternatieven voor een fysieke afspraak in het ziekenhuis of met de huisarts als een goede oplossing ervaren. Het gaat hierbij om telefonisch contact, beeldbellen of chatten. Maar 55% geeft aan dat een persoonlijke afspraak toch de voorkeur heeft.
Er zijn ouders die meer rust ervaren nu iedereen thuis is en daar varen hun kinderen wel bij. Er verschijnen heldere websites met goede informatiekanalen. Meer en meer wordt samenwerking gezocht. Men is begripvol en lijkt meer verbonden te zijn. En er ontstaat een meer holistische blik: niet alleen kind centraal, maar het hele systeem.

 

Ideeën voor zorg op afstand
De meeste professionals geven aan dat beeldbellen een goed alternatief is om contact te blijven houden. Zo kun je informeren hoe het gaat met kind en gezin, eventueel advies geven, of een online consult houden. Het is aan te raden om hiervoor vaste tijden te hanteren en volgens afspraak te werk te gaan. Hierbij is het van belang dat als 'team' gesproken wordt. Ouders verwachten dat professionals onderling overleggen en zaken delen. Ze willen niet steeds weer hetzelfde hoeven te vertellen. Maar ervaren dat soms wel zo. Ten aanzien van rouw kan er eventueel in rituelen ondersteuning geboden worden, zodat een familie de kans krijgt om afscheid te nemen. Dat kan ook in de vorm van een ritueel voor familieleden thuis en niet bij het zieke kind, of door op afstand op bijzondere wijze stil te staan bij het leven en naderende afscheid.

 

Omdat de beperkende maatregelen vanwege de COVID-19 situatie langzaam maar zeker worden versoepeld, zien we gelukkig weer meer deuren opengaan. Ook kunnen er weer meer afspraken gemaakt worden en laten gezinnen voorzichtig weer zorg binnen. “Maar, zoals het was, wordt het niet meer.”

 

Meer informatie
Meer informatie of vragen? Neem contact op met Johannes Verheijden, coördinator van NIK Utrecht en NIK Noord-Holland & Flevoland: j.verheijden@kinderpalliatief.nl / 06-33353534.
Meer informatie over de flitspeiling van Stichting Kind & Ziekenhuis leest u hier.