0
Onderzoek naar kennis over complementaire behandelmethoden afgerond


Onderzoek naar kennis over complementaire behandelmethoden afgerond

Wij zijn Julia en Eva en zitten in het laatste jaar van de studie HBO-verpleegkunde aan de Hanze Hogeschool. Het afgelopen halfjaar hebben wij onderzoek mogen doen naar de verpleegkundige kennis over complementaire behandelmethoden in de kinderpalliatieve zorg. Er is namelijk nog onvoldoende kennis over de toepassing van deze interventies naast de reguliere zorgtrajecten. Het onderzoek hebben wij in opdracht van het Kenniscentrum Kinderpalliatieve Zorg en het Van Praag Instituut uit mogen voeren. Onze onderzoeksvraag luidde: “Op basis van welke kennis en vaardigheden, en op wiens initiatief, bespreken verpleegkundigen de complementaire kinderpalliatieve zorg en wat ontbreekt hieraan?”

Wat zijn complementaire behandelmethoden?
Dit zijn interventies die kunnen worden toegepast om het zelfhelende vermogen van een patiënt te ondersteunen, stimuleren of te activeren. Sommige behandelmethoden kan men zelfstandig toepassen, bijvoorbeeld het gebruik van voedingssupplementen, kruiden, aromatherapie en het doen van ontspanningsoefeningen. Andere vormen kunnen alleen onder begeleiding van een arts of therapeut worden uitgevoerd, zoals acupunctuur, hypnotherapie of massage. Op dit moment kiezen kinderen en hun ouders er vaak op eigen initiatief voor, maar steeds meer ziekenhuizen bieden het ook aan ter ondersteuning van de behandeling.

Enquête biedt verrassende inzichten
We hebben ons gedurende het onderzoek verdiept in de verschillende soorten complementaire interventies en welke bijdrage zij kunnen leveren aan het normale zorgtraject. Naar aanleiding hiervan zijn wij van mening dat deze methoden een goede aanvulling kunnen zijn. We hebben een digitale enquête verspreid onder kinderverpleegkundigen die betrokken zijn bij NIK Noordoost. 28 respondenten hebben gereageerd. Uit de enquête kwamen verrassende antwoorden naar voren. Zo gaven de respondenten aan niet voldoende kennis te hebben van en over complementaire zorg, maar dat zij hier wel graag meer kennis over willen opdoen. Door dit kennisgebrek worden complementaire behandelmethoden minder snel met ouders en/of het kind besproken. Opvallend was echter dat het initiatief om deze interventies te bespreken toch voornamelijk vanuit de (kinder)verpleegkundigen zelf komt.

Meer bekendheid is nodig
Een ander punt dat naar voren kwam uit het onderzoek is dat meer openheid gewenst is omtrent het onderwerp. Ook vinden verpleegkundigen het prettig om informatie en ideeën over de omgang met complementaire behandelmethoden met elkaar uit te wisselen. Dit kan door middel van scholingen en cursussen gerealiseerd worden. Volgens de verpleegkundigen zijn complementaire behandelmethoden in de praktijk nog een relatief onbekend terrein. Wij hopen dat door middel van dit onderzoek meer bekendheid ontstaat over dit onderwerp.

Enkele aanbevelingen die wij hebben gedaan, zijn: het doen van meer onderzoek, het ontwikkelen van een kennisbank met (wetenschappelijke) informatie en het organiseren van scholing voor verpleegkundigen over complementaire behandelmethoden binnen de kinderpalliatieve zorg en de communicatie hierover.