Professionalisering NIK: ‘Een vitaal netwerk dient continu gevoed te worden.’

Professionalisering NIK: ‘Een vitaal netwerk dient continu gevoed te worden.’

 

Ongeveer een jaar geleden berichtten we dat er zeven Netwerken Integrale Kindzorg (NIK) gerealiseerd waren en dat er daarmee landelijke dekking gerealiseerd is. Een netwerk opstarten en draaiende houden, is in de praktijk echter een hele kunst. Daarom is Jeroen van der Velden (professor of Strategy Alignment and Director of the Center for Strategy, Organization & Leadership, Nyenrode Business Universiteit) aan de slag gegaan samen met de netwerkcoördinatoren om de NIK verder te professionaliseren en daarmee ook de doelgroep die de NIK ondersteunt uit te breiden.

 

“Ik vind het zo bijzonder wat het Kenniscentrum Kinderpalliatieve Zorg heeft gedaan. Ze hebben mensen aangetrokken vanuit allerlei verschillende werkvelden en achtergronden, en hebben hen de opdracht gegeven om vanaf nul een netwerk op te zetten. Ga maar starten met het ontwikkelen van een netwerk in jouw regio, waarbij je verschillende partijen en stakeholders bij elkaar brengt. Een hele uitdagende opdracht. Ook omdat een NIK niet alleen helpt om de kinderpalliatieve zorg in de regio te verbinden en te optimaliseren, maar ook de opgedane kennis dient te verzamelen en op een landelijk niveau dient te verspreiden. Voor zo’n uitdaging heb je bijzondere mensen nodig. Pioniers. Netwerkers. En het is fantastisch om te zien dat er nu zeven regionale netwerken staan!”

 

Een netwerk is nooit af

“Maar dan? Dan heb je een netwerk neergezet. Een soort geraamte, als het ware. Hoe houd je dat op een goede manier draaiende? Hoe houd je de netwerkleden verbonden aan je netwerk – zij hebben allen een andere mate van betrokkenheid, hoe ondersteun je kind en gezin en hoe kun je dat netwerk uitbreiden? Een netwerk is immers geen statisch systeem. Je werkt in een heel dynamisch veld waar mensen komen en gaan, waar nieuwe vraagstukken zich voordoen en steeds opnieuw ben je bezig om dat netwerk te onderhouden en uit te breiden.

Een netwerker faciliteert en brengt mensen bij elkaar. Maar hoe zorg je nou dat je de juiste mensen in je netwerk hebt zitten? Hoe zorg je dat je beeld hebt van hoe het netwerk eruit ziet en er uit moet zien? Dat vind ik persoonlijk het fascinerende aan netwerken, je bent er nooit klaar mee. Een vitaal netwerk dient continu gevoed te worden.”

 

Wat hebben we tot nu toe gedaan?

Stap 1: netwerk denken aanleren en competenties verkennen

“Om de NIK verder te kunnen professionaliseren heb ik de netwerkcoördinatoren eerst meegenomen in het ‘netwerk denken’. Er is namelijk een andere manier van denken nodig die ruimte geeft om continu verder te gaan en te accepteren dat je er nooit klaar mee bent. Dat is een belangrijk element in hoe je naar een netwerk moet kijken. Anders houd je het niet vol en houdt je netwerk geen stand. Dit is dan ook een belangrijke mindset die ik de netwerkcoördinatoren heb meegegeven.

Vervolgens zijn we met elkaar gaan onderzoeken welke kennis en kunde hebben we in huis?

Wat is er al? Een netwerk onderhouden is immers een speciaal vak en dat vraagt bijzondere competenties en vaardigheden. Op dat terrein hebben we geïnventariseerd en heb ik hen gecoacht om zo hun netwerkvaardigheden te vergroten.”

 

Stap 2: hoe ga je om met tegenstellingen in je netwerk en hoe bewaak je de balans?

“In een netwerk heb je te maken met ongelofelijke tegenstellingen. Paradoxen. Je dient focus te hebben op je eigen netwerk en tegelijk ben je een onderdeel van een systeem van verschillende netwerken dat verbonden is aan een landelijk opererend Kenniscentrum. In hoeverre focus je op het eigen netwerk en in hoeverre op het belang van het totale netwerk? En hoe zorg je dat de kennis die je opdoet in je eigen netwerk ook binnen het grotere netwerk van het Kenniscentrum wordt uitgewisseld? Het is continu de balans bewaken tussen lokaal, regionaal en landelijk. We hebben met elkaar gesproken over hoe je dat op een goede manier kunt doen.

Daarnaast wil je structuur en één lijn aanbrengen in je eigen netwerk en binnen de zeven NIK, maar je wilt juist ook de dynamiek behouden, de heterogeniteit. Die mix, dat balanceren, dat is ook netwerk denken.”

 

Waar staan we nu met het professionaliseren van de NIK?

Een sterkere verbinding realiseren tussen de zeven NIK

“Een belangrijk element wat speelt, is dat de verbindingen tussen de zeven NIK versterkt worden. Op dit moment zijn we er mee bezig dit meer samen te brengen. Je ziet dat de netwerken autonoom heel goed functioneren, maar dat we in de kennisuitwisseling nog flinke verbetering aan kunnen brengen. Iedere netwerkcoördinator heeft weer net andere kwaliteiten en eigenschappen die de anderen kunnen gebruiken en inzetten. Zo kunnen ze elkaar helpen en versterken. Zo kunnen er stromen gaan lopen tussen de regio’s onderling én met het Kenniscentrum.”

 

Themagroepen

“Een andere vervolgstap waar we nu mee bezig zijn, zijn de themagroepen. Dit zijn vraagstukken op het gebied van kinderpalliatieve zorg die landelijk spelen en waarvoor tijdelijke netwerken gevormd worden met vertegenwoordigers uit het land. Er kunnen ook NIK leden bij betrokken zijn. Het oplossen van een vraagstuk moet leiden tot (aangepast) beleid of tot concrete oplossingen en verbeteringen voor de partijen in de diverse regio’s.”

 

Wat dient er nog te gebeuren?

Het verbreden van de doelgroep van de NIK

“Bij de start van de NIK werd de doelgroep volgens de definitie van kinderpalliatieve zorg gehanteerd: kinderen met een levensbedreigende of levensduurverkortende aandoening. In de praktijk blijkt dat gezinnen met een chronisch en/of ernstig ziek kind tegen vergelijkbare dilemma’s aanlopen als gezinnen met een kind met een levensbedreigende of levensduurverkortende aandoening. We willen de doelgroep die de NIK ondersteunt daarom uitbreiden. Om dit echter te kunnen doen moet je een goed systeem hebben staan. Het is belangrijk om te zorgen dat die zeven systemen, die zeven netwerken, elkaar goed weten te vinden en elkaar versterken. En dat er vervolgens uitwisseling van kennis en ervaringen plaats vindt tussen de regionale netwerken, de themagroepen en het Kenniscentrum. Vanuit dat systeem kun je de doelgroepverbreding plaats laten vinden. De professionaliseringsslag helpt hier dan ook bij.”

(voor meer informatie over de doelgroepverbreding, klik hier)

 

“Ik denk dat wat we aan het doen zijn heel interessant is voor andere partijen in de zorg. Het is een mooi voorbeeld van hoe je met kinderpalliatieve zorg om kunt gaan op regionaal en op landelijk niveau. Dit kun je ook vertalen naar andere vormen van zorg. Dat is het bijzondere van dit hele traject. Mooi om hier onderdeel van te mogen zijn!”